Verlatingsangst is vaak geen (of niet alleen) angst
- 14 jul 2025
- 3 minuten om te lezen
Bij honden die niet goed alleen kunnen zijn, gebruiken we al snel de term ‘verlatingsangst’. Maar in werkelijkheid is er niet altijd – of niet alleen – sprake van angst. De emoties en oorzaken achter dit gedrag zijn vaak veel veelzijdiger en complexer dan de naam doet vermoeden.
Recente inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, onder andere van professor Daniel Mills (University of Lincoln, VK), tonen aan dat verlatingsgedrag niet eenduidig is. Bij het Michel Berendsen Hondenwelzijnscentrum volgen we dit onderzoek op de voet en hebben we inmiddels onze werkwijze aangepast. Daarom spreken wij liever over verlatingsgerelateerde problematiek. Deze bredere term doet meer recht aan de variatie in gedragingen én onderliggende oorzaken die spelen wanneer een hond niet goed alleen kan zijn. Door zorgvuldiger te kijken naar wat er werkelijk speelt, kunnen we gericht helpen met afgestemd maatwerk.

Niet elk 'alleen-zijn' probleem is hetzelfde: kijk verder dan ‘verlatingsangst’
Bij verlatingsangst bij honden wordt vaak gedacht dat het alleen om angst gaat, maar er zijn verschillende emoties die een rol kunnen spelen, waarbij angst een van de emoties is:
verlatingsverdriet: de hond lijdt omdat iemand waaraan hij/zij gehecht is, er niet is;
sociale paniek: de hond voelt zich niet veilig zonder de nabijheid van een persoon en raakt overstuur door het verlies van die sociale steun;
frustratie ontstaat door verlies van controle over de situatie, iets of iemand;
angst voor bijvoorbeeld prikkels van buiten.
Deze emoties kunnen afzonderlijk optreden, maar vaak lopen ze in elkaar over. Daardoor is verlatingsangst geen eenduidig probleem, maar een complex geheel van gevoelens, waarin elke hond op zijn eigen manier reageert. Een goede aanpak begint daarom altijd met het zorgvuldig herkennen van de onderliggende emoties.
Vier verschillende vormen van verlatingsgerelateerde problematiek
Recente inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, onder andere van professor Daniel Mills (University of Lincoln, VK), tonen aan dat verlatingsgedrag niet eenduidig is. Gedrag dat eerder als angst werd bestempeld, blijkt in veel gevallen voort te komen uit andere emotionele processen, zoals frustratie of verveling.
Op basis daarvan onderscheiden we nu vier belangrijke categorieën binnen verlatingsgerelateerde problematiek:
1. Frustratie rondom verlaten van het huis
Deze honden raken in paniek wanneer ze gescheiden zijn van een eigenaar. Ze hebben de behoefte om de eigenaar/gezinsleden te volgen om bij ze te blijven. Ze proberen soms letterlijk te ontsnappen om weer bij de eigenaar te komen en raken gefrustreerd, omdat dat niet kan. Hierdoor gaan de honden gaan hun frustratie afreageren op dingen zoals tapijten, stoelen, enzovoorts. Dit doen de honden omdat ze moeite hebben om met de situatie om te gaan en het lijkt er ook op dat hun huis niet altijd als een veilige plek aanvoelt.
2. Vervelingsgerelateerd
Deze honden vervelen zich door een gebrek aan prikkels. Hierdoor gaan ze interactie zoeken met hun omgeving en worden ze na verloop van tijd mogelijk steeds reactiever op externe gebeurtenissen. Dit kan leiden tot omgeleide frustratie, die tot uiting komt in het vernielen van spullen in huis.
3. Reactiviteit met redirectie
Sommige honden raken gefrustreerd, omdat ze geluiden van buiten horen of bewegingen van buiten zien. Ze willen ingrijpen of controleren wat er gebeurt, maar kunnen er niet naartoe. Daardoor reageren ze hun frustratie af op dingen zoals tapijten, stoelen, enz.
4. Reactiviteit met remming
Deze honden raken van streek door (de verwachting van) externe gebeurtenissen, maar ze proberen er doorgaans niet op af te gaan. Deze remming kan voortkomen uit algemene angst, innerlijk conflict en/of vermijdingsneigingen, wat kan leiden tot sociaal conflict, waaronder agressie richting de eigenaar. Afwezigheid van de eigenaar gaat vaak samen met onzekerheid, maar zorgt er doorgaans niet voor dat de hond zijn frustratie op andere dingen in huis afreageert.
Referenties
de Assis, L. S., Matos, R., Pike, T. W., Burman, O. H. P., & Mills, D. S. (2020). Developing diagnostic frameworks in veterinary behavioral medicine: Disambiguating separation related problems in dogs. Frontiers in Veterinary Science, 6, 499. https://doi.org/10.3389/fvets.2019.00499
Dit artikel is geschreven door Michel Berendsen van Michel Berendsen Hondenwelzijnscentrum. Overname is zonder toestemming niet toegestaan. Delen van deze link via social media wordt op prijs gesteld.



